• Mon, Oct 2026

Jarbandhan reageert op kritiek rond voormalig minister van Financiën en schetst financieel beeld

Jarbandhan reageert op kritiek rond voormalig minister van Financiën en schetst financieel beeld

DNA-lid Ameerani Jarbandhan stelt dat de financiële toestand van juli 2020 meegenomen moet worden bij kritiek op het beleid van oud-minister Armand Achaibersing

Wat er precies gebeurde

In een openbaar ingezonden stuk heeft DNA-lid Ameerani Jarbandhan gereageerd op uitlatingen van Alerto Boerleider. Boerleider uitte eerder kritiek op het beleid van voormalig minister van Financiën, Armand Achaibersing. Jarbandhan betoogt dat men het volledige verloop van de periode 2020 tot 2025 moet bekijken om een eerlijk oordeel te kunnen vellen.

Jarbandhan reageert op kritiek rond voormalig minister van Financiën en schetst financieel beeld

De parlementariër vindt het terecht dat bestuurders kritisch worden gevolgd, maar benadrukt dat men de stand van de economie bij het aantreden van de regering-Santokhi–Brunswijk niet over het hoofd mag zien. Zonder de context van die beginperiode ontstaat volgens de volksvertegenwoordiger een vertekend beeld van de latere ontwikkelingen.

Wie erbij betrokken zijn

Het geschil draait om uitspraken van Alerto Boerleider en de reactie van DNA-lid dr. Ameerani Jarbandhan. Centraal in de discussie staat de rol van Armand Achaibersing, die tussen 2020 en 2022 de leiding had over het ministerie van Financiën.

Daarnaast wijst het betoog op de verantwoordelijkheden van andere bewindspersonen en instanties die na het vertrek van Achaibersing het beleid voortzetten. Ook de rol van het Internationaal Monetair Fonds en de Centrale Bank van Suriname worden in deze economische context genoemd.

Waar en wanneer de situatie zich afspeelt

Het ingezonden betoog verscheen in oktober 2026 en kijkt specifiek terug op de overname van het landsbestuur in Paramaribo in juli 2020. De periode die onder de loep wordt genomen, bestrijkt de jaren tussen 2020 en 2025.

Achaibersing diende in de ministersrol tot in 2022. Latere herstructureringen van buitenlandse obligaties liepen door tot november 2023, terwijl de gerapporteerde effecten op inflatie en deviezenreserves doorlopen tot en met eind 2024 en 2025.

Wat voorafging aan de discussie

Bij het aantreden van de nieuwe regering in juli 2020 kampte Suriname met een zware economische ontwrichting. Volgens overgelegde data was er sprake van een staatsschuld die bijna 150 procent van het bruto binnenlands product bedroeg, wat als onhoudbaar werd aangemerkt.

De situatie werd verder gekenmerkt door:

  • Een parallelle wisselkoers die vóór het aantreden van Achaibersing al met meer dan 130 procent was verslechterd door monetaire financiering van tekorten.
  • Vrijwel uitgeputte internationale reserves, met bij de overdracht slechts 0,4 maand aan importdekking.
  • Ernstige liquiditeitsproblemen bij de overheid.
  • Reeds bestaande internationale obligatieschulden, waaronder de zogeheten Oppenheimer-leningen, die niet meer op normale wijze konden worden afgelost.

Jarbandhan stelt dat wanneer er wordt gekeken naar een stijging van de overheidsschuld in Surinaamse dollars, de wisselkoersontwikkeling een doorslaggevende rol speelt. Buitenlandse leningen kunnen in Amerikaanse dollars onveranderd blijven terwijl de omrekening naar de lokale valuta stijgt.

Wat de economische uitkomsten betekenen

In november 2023 kwam er een afronding van de onderhandelingen met particuliere obligatiehouders. Over de jaren daarna zijn meerdere resultaten neergezet binnen het herstelprogramma:

  • Een daling van de inflatie van circa 61 procent eind 2021 naar 10 procent eind 2024.
  • Een stijging van de bruikbare deviezenreserves naar ongeveer 6,4 maanden importdekking.
  • Het herstructureren van vrijwel alle buitenlandse overheidsschulden.
  • Herstel van economische groei, internationaal investeerdersvertrouwen en toezicht op de financiële sector.

Tegelijkertijd erkent de volksvertegenwoordiger dat burgers zware offers hebben gebracht. De hoge inflatie, de toegenomen belastingdruk, OMO-rentekosten en de achteruitgang van de koopkracht hebben diepe sporen nagelaten bij de bevolking en lokale bedrijven.

Wat nog niet bekend is

In het betoog blijven specifieke details over de precieze inhoud van de eerdere aantijgingen van Boerleider onvermeld, afgezien van het feit dat deze wees op de stijging van de staatsschuld in Surinaamse dollars.

Ook staat niet vast of de economische stabilisatie met minder maatschappelijke schade of in een korter tijdsbestek bereikt had kunnen worden. De exacte verdeling van verantwoordelijkheid tussen de ministers na 2022 en de Centrale Bank bij bepaalde monetaire operaties blijft eveneens een onderwerp dat nadere onderbouwing vraagt.

Wat de volgende stap is in dit vraagstuk

Er wordt aangedrongen op een diepgaand en cijfermatig onderbouwd onderzoek naar de gemaakte kosten bij de schuldherstructurering. Ook over de maatschappelijke gevolgen van de ingevoerde maatregelen moet verantwoording worden afgelegd.

De oproep aan het publiek en beleidsmakers is om bij evaluaties van het economisch beleid niet te vervallen in selectieve geschiedschrijving, maar uit te gaan van feiten en oorzaken die dateren vanaf 2020.

Bronnen

Khadeem Smart

Schrijft voor Viraal Suriname.