• Mon, Oct 2026

Koppeling tussen oliefonds en landsbegroting noodzakelijk voor financiële stabiliteit

Koppeling tussen oliefonds en landsbegroting noodzakelijk voor financiële stabiliteit

Het opbouwen van vermogen in een oliefonds biedt op zichzelf geen garantie voor economische vooruitgang. Een strikte afstemming met de nationale begroting en schuldverplichtingen is vereist

Afstemming tussen fondsvermogen en begrotingsdiscipline

Het storten van financiële middelen in een nationaal oliefonds leidt niet vanzelfsprekend tot een stabielere financiële situatie voor het land. Wanneer verplichtingen op de nationale begroting sneller groeien dan de feitelijke inkomsten van de overheid, ontstaat het risico op grotere financiële kwetsbaarheid. Een stijging van het vermogen binnen een fonds toont daardoor slechts een deel van de werkelijke economische werkelijkheid.

Om inzicht te houden in de impact van toekomstige olie-inkomsten, moeten de bezittingen van het fonds en de lopende verplichtingen van de landsbegroting voortdurend gezamenlijk worden geëvalueerd. Als er uitsluitend gekeken wordt naar de saldi die worden opgebouwd, kan het beeld ontstaan van vooruitgang terwijl de totale overheidsfinanciën tegelijkertijd onder druk komen te staan door oplopende leningen of vaste uitgaven.

Doelstellingen en wetgeving rond het Spaar- en Stabilisatie Fonds

Tijdens de jaarrede van 30 september is door president Jennifer Simons naar voren gebracht dat het Spaar- en Stabilisatie Fonds operationeel moet functioneren voordat de eerste stortingen met oliemiddelen plaatsvinden. De veranderende inkomstenstructuur van de overheid maakt het noodzakelijk om ook de wetgeving op dit terrein aan te passen.

De operationele opdracht behelst het gelijktijdig laten functioneren van drie centrale financiële pijlers:

  • Het beheer en de werking van het Spaar- en Stabilisatie Fonds.
  • Het toezicht op en het beheer van de nationale schuldpositie.
  • De reguliere begrotingscyclus en de beheersing van staatsuitgaven.

Het samenbrengen van deze instrumenten dient te gebeuren voordat grootschalige olieontvangsten worden gerealiseerd, zodat het beheer van inkomsten direct volgens vastgestelde kaders verloopt.

Bestaande kaders en het toezicht op schuldregels

In een rapport dat in mei is verschenen, beschrijft het Internationaal Monetair Fonds een wettelijk kader waarin specifieke regels voor uitgaven en schulden zijn opgenomen. Deze regels zijn bedoeld om de begrotingsdiscipline te waarborgen, terwijl het fonds gelijktijdig vermogen beheert en economische schommelingen absorbeert. Uit ditzelfde rapport bleek echter dat de feitelijke uitvoering van deze kaders nog niet volledig op orde was gebracht.

Er ligt reeds een ontwerp voor het combineren van spaarbeleid en verantwoorde uitgaven. De primaire taak bestaat uit het praktisch werkbaar maken van deze bestaande regels. Zonder een sluitende uitvoering van schuld- en uitgavenkaders blijft het gevaar bestaan dat de begroting losgezongen raakt van het beheer van opgebouwde reserves.

Risico’s van rentekosten en gelijktijdige leningen

De belangrijkste graadmeter voor de financiële gezondheid is de algehele vermogenspositie van het land. Een specifiek risico ontstaat wanneer een overheid laag renderende financiële reserves opbouwt in een fonds, terwijl er gelijktijdig tegen hoge rentetarieven geld wordt geleend op de kapitaalmarkt. In zo een situatie stijgt de totale renterekening van het land, ondanks dat het fonds in omvang toeneemt.

Een vaste toewijzing of verplichte storting in een fonds lost deze afweging niet op. Wanneer ontvangen inkomsten worden gereserveerd en tegelijkertijd een vergelijkbaar bedrag extra wordt geleend om begrotingsgaten te dekken, verbetert de feitelijke financiële armslag op termijn nauwelijks. Het beheersen van de snelheid waarmee nieuwe leningen en verplichtingen worden aangegaan, blijft daarom een bepalende factor.

Investeringen en structurele vervolgkosten

Bij het plannen van publieke investeringen, zoals de aanleg van wegen of scholen, spelen meer factoren mee dan alleen de initiële bouwkosten. Elk gerealiseerd infrastructureel project brengt structurele uitgaven met zich mee:

  • Regulier en langdurig onderhoud van faciliteiten.
  • Kosten voor operationeel beheer en personeel.
  • Structurele exploitatiekosten die jaarlijks op de begroting drukken.

Wanneer bij besluitvorming uitsluitend de eerste facturen worden vergeleken met verwachte inkomsten uit olie, ontstaat een onderschatting van de toekomstige begrotingslasten. Projecten moeten aantonen welke terugkerende kosten ontstaan en hoe deze worden gefinancierd indien inkomsten lager uitvallen of vertraging oplopen.

Tijdlijn van offshore olieproductie en inkomstenstromen

In prognoses van het Internationaal Monetair Fonds werd rekening gehouden met een start van de offshore olieproductie in het jaar 2028. Een dergelijk jaartal biedt een uitgangspunt voor voorbereidend beleid, maar betekent nog geen feitelijke inning van belasting- of royalty-opbrengsten.

Er dient een heldere scheiding te worden gehanteerd tussen verschillende financiële begrippen:

  • Het fysieke volume van de olieproductie.
  • De totale markt- en verkoopwaarde van de gewonnen grondstoffen.
  • Het uiteindelijke aandeel dat als overheidsinkomsten binnenkomt.

Prijsstijgingen op de internationale markt mogen niet worden aangewend om permanente uitgavenverplichtingen aan te gaan die blijven doorlopen wanneer marktprijzen weer dalen.

Bevoegdheden tussen fondsbeheer en begrotingsbeleid

Een strikte scheiding van taken voorkomt dat het fonds functioneert als een secundair begrotingskanaal. De beheerder van het fonds heeft als exclusieve taak het beheren van de toevertrouwde middelen binnen vastgestelde richtlijnen. Het algemene begrotingsbeleid van de overheid bepaalt welke maatschappelijke uitgaven en prioriteiten worden gefinancierd.

Indien bevoegdheden vervagen, kunnen publieke middelen buiten de parlementaire en reguliere begrotingsafwegingen om worden uitgegeven. Het verantwoord verloop van geldstromen vereist dat elke overdracht tussen het fonds en de begroting transparant wordt onderbouwd en gecontroleerd.

Onduidelijkheden en ontbrekende details

Er zijn nog verschillende aspecten rondom het beheer en de wetgeving die verdere uitwerking behoeven en waarover op dit moment nog geen gedetailleerde gegevens bekend zijn:

  • De exacte wetswijzigingen die nodig zijn om de gewijzigde inkomstenstructuur te accommoderen zijn nog niet gespecificeerd.
  • Het concrete tijdpad waarop de geconstateerde uitvoeringsgebreken uit het IMF-rapport worden opgelost is nog niet openbaar.
  • De specifieke regels en grenzen waarbinnen de beheerder van het fonds straks mag opereren moeten nog wettelijk worden vastgelegd.
  • De exacte verdeelsleutel van toekomstige olie-inkomsten over het fonds, de schuldaflossing en de algemene begroting is nog niet definitief bepaald.

Vereisten voor de komende beleidsfase

In de periode voorafgaand aan de eerste stortingen uit de oliesector zal getoetst moeten worden of de randvoorwaarden voor financieel beheer effectief functioneren. Dit omvat het scherp definiëren van institutionele bevoegdheden, het volledig in kaart brengen van alle schuldverplichtingen en het baseren van begrotingsplannen op voorzichtige inkomstenramingen.

Door uitgaven te toetsen aan hun totale kosten en brede maatschappelijke opbrengst, kan worden voorkomen dat kapitaalintensieve projecten noodzakelijke voorzieningen verdringen. Een financieel beleid waarin het vermogen van het fonds en de verplichtingen van de overheid in evenwicht blijven, vormt de basis om toekomstige economische tegenvallers op te kunnen vangen.

Bronnen

Khadeem Smart

Schrijft voor Viraal Suriname.