INGEZONDEN - Gisteren is in Suriname veel ophef ontstaan nadat berichten de ronde deden dat de benzineprijzen per 5 augustus zouden stijgen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de prijzen onhold zijn geplaatst door de regering. Op sociale media regende het met reacties van bezorgde burgers die hun ongenoegen uitten over de zoveelste prijsstijging.

Toch valt een ding op: een aanzienlijk deel van de mensen die het hardst klaagt heeft niet eens een rijbewijs of een eigen auto.
Natuurlijk heeft een stijging van de brandstofprijzen indirect invloed op vrijwel iedereen. Transportkosten kunnen oplopen en sommige producten kunnen duurder worden. Maar er is een verschil tussen indirecte gevolgen en doen alsof je dagelijks zelf een tank van honderden SRD's moet vullen.
Wie geen auto bezit, kent de pijn van volle tank niet altijd. Die staat niet in de rij bij het tankstation, betaalt geen verzekering, geen wegenbelasting, geen onderhoud, geen banden, geen service- en oliebeurten en geen onverwachte reparaties. Vaak zit diegene simpelweg op de passagiersstoel, krijgt een lift van familie, vrienden of kennissen, of vraagt regelmatig of iemand hem of haar ergens naartoe kan brengen. Meer te lezen op de volgende pagina.
Juist de autobezitter draagt al deze kosten. Voor hem of haar betekent een stijging van de benzineprijs direct minder koopkracht. Elke rit wordt duurder. Elke werkdag kost meer geld. Ondernemers die afhankelijk zijn van vervoer voelen de impact nog sterker.

Dat betekent niet dat mensen zonder auto geen mening mogen hebben. Iedereen mag zich uitspreken over economische ontwikkelingen die het land raken. Maar het is goed om onderscheid te maken tussen daadwerkelijk de rekening betalen en slechts commentaar leveren vanaf de zijlijn.
Misschien is daarom eerlijker om eerst stil te staan bij wie de grootste lasten draagt. Want degene die dagelijks de auto start, anderen meeneemt, familie afzet, vrienden een lift geeft, en ondertussen steeds hogere brandstofkosten betaalt, heeft waarschijnlijk meer reden om te klagen dan degene die al die tijd comfortabel op de bijrijdersstoel heeft gezeten.