Europese afkeuring van Surinaamse groente legt haperend toezicht op pesticiden bloot
Door Khadeem SmartGepubliceerd 19 Oct, 20266 min. leestijd 25 views
0 comments 0 likes
Na een recente onderschepping van bevroren sopropo in Nederland klinkt felle kritiek op het uitblijven van controles en het niet functioneren van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid
Derde afkeuring van Surinaamse exportgroente binnen zes maanden
Suriname heeft medio oktober te maken gekregen met een nieuwe officiële waarschuwing vanuit de Europese Unie over de aanwezigheid van schadelijke stoffen op landbouwproducten. Bij een controlepost in Nederland is een zending bevroren Surinaamse sopropo gecontroleerd en direct afgekeurd voor verdere consumptie.
Laboratoriumtests toonden aan dat de partij sopropo het insecticide acetamiprid bevatte. De gemeten concentratie bedroeg 0,20 milligram per kilogram. Dit gehalte ligt vier keer hoger dan de binnen de Europese wetgeving vastgestelde grenswaarde van 0,05 milligram per kilogram. Europa heeft dit incident aangemerkt als een ernstige overschrijding.
Dit geval staat niet op zichzelf. Het markeert de derde formele afwijzing van Surinaamse groenten in een tijdsbestek van minder dan een half jaar. Eerder dit jaar stuitten Europese controleurs ook al op gevaarlijke residuen in andere zendingen afkomstig uit Suriname.
Voorafgaande incidenten met rode peper en kouseband
De reeks afkeuringen begon eerder dit jaar toen op 30 april een partij rode peper door de Europese inspectiediensten werd tegengehouden. Slechts enkele dagen later, op 4 mei, volgde een soortgelijk incident met kouseband. Ook deze twee eerdere gevallen werden door de Europese autoriteiten gekwalificeerd als ernstig.
In de afgekeurde kouseband werd het bestrijdingsmiddel carbendazim vastgesteld. Dit specifieke fungicide is binnen het grondgebied van de Europese Unie al geruime tijd geheel verboden vanwege de zware gezondheidsrisico's. De opeenvolging van deze incidenten toont aan dat exportzendingen structureel residuen bevatten die de internationale drempels passeren.
Gezondheidsrisico’s van acetamiprid en carbendazim
Bestrijdingsmiddelen op verse landbouwproducten brengen aanzienlijke gevaren met zich mee voor de volksgezondheid, met name wanneer consumenten hier gedurende langere perioden aan worden blootgesteld. Omdat pesticiden doorgaans geur- en kleurloos zijn, merkt de consument niets op het moment van consumptie.
De gezondheidseffecten van de aangetroffen stoffen zijn uitgebreid gedocumenteerd:
Acetamiprid: Een chemisch insecticide dat een directe uitwerking heeft op het zenuwstelsel. De Europese Voedselveiligheidsautoriteit heeft in 2024 de norm voor veilige dagelijkse inname stevig naar beneden bijgesteld wegens risico's voor de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij jonge kinderen en foetussen.
Carbendazim: Een pesticide dat kan leiden tot aantasting van het erfelijk materiaal. Daarnaast staat vastgesteld dat deze stof gevaren oplevert voor de menselijke vruchtbaarheid en schadelijk is voor het ongeboren kind.
Hoewel een eenmalige inname via de maaltijd niet meteen tot acute ziekteverschijnselen leidt, zit de bedreiging in de herhaling en de opstapeling via de dagelijkse maaltijd.
Kritiek op beleid en standpunten van het ministerie van LVV
Tijdens de viering van de Dag der Agrariërs op 9 oktober werd door de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) verklaard dat de primaire verantwoordelijkheid voor de productveiligheid bij de landbouwers zelf ligt. Daarbij verwees het ministerie naar belemmeringen in de wetgeving, het ontbreken van een nieuwe pesticidenwet en een residuenlaboratorium dat al sinds het jaar 2012 in aanbouw verkeert.
Tegen deze lezing is vanuit De Nationale Assemblée forse kritiek geuit door parlementariër Ann Sadi. Zij stelt dat residuenanalyses in Suriname al geruime tijd technisch mogelijk zijn. Het probleem schuilt volgens haar niet in het wachten op laboratoria, maar in het structureel niet toepassen van bestaande wetgeving.
Het echte probleem is dat de Wet Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid (NIVS), die al sinds 2021 van kracht is, niet wordt uitgevoerd.
Daarnaast is de algemene Voedingsmiddelenwet hopeloos verouderd; deze stamt nog uit 1911. Een nieuw ontworpen concept-Levensmiddelenwet ligt al tijden ter behandeling bij De Nationale Assemblée, zonder dat hier daadkrachtig werk van wordt gemaakt.
Stagnerende instanties en ontbrekend overleg
Zolang het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS) niet operationeel functioneert, blijft het toezicht berusten bij het ministerie van LVV. Dit ministerie reguleert welke chemische middelen het land binnenkomen, ziet toe op de verkoopkanalen en verzorgt de voorlichting aan de agrarische sector.
Het wettelijk mandaat voor monsternames voorafgaand aan export en op de binnenlandse markt ligt echter specifiek bij het NIVS. Dit orgaan kampt met zware bestuurlijke verwaarlozing:
Het NIVS functioneert inmiddels bijna twee jaar zonder een officiële Raad van Toezicht.
De wet wijst drie ministers aan als beleidsverantwoordelijken: de bewindslieden van LVV, Volksgezondheid (VWA) en Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI).
Volgens de artikelen 15 en 16 van de instellingswet dient dit ministeriële overlegorgaan minstens drie keer per jaar samen te komen, maar deze bewindslieden zijn tot heden nog geen enkele keer bijeengekomen.
Verschil in consumentenbescherming tussen Europa en Suriname
Wanneer in Europa een gevaarlijke partij voedsel wordt onderschept, volgt direct vernietiging of een actieve terugtrekking uit het handelsnetwerk. Op die manier wordt de bevolking afgeschermd tegen schadelijke chemicaliën.
In Suriname bleef een dergelijke beschermingsactie uit. Na de ernstige meldingen over kouseband en peper in april en mei zijn er lokaal geen publieke waarschuwingen afgegeven of terugroepacties georganiseerd. Omdat landbouwgronden vaak gelijktijdig leveren aan zowel exporteurs als lokale afzetkanalen, bestaat de reële situatie dat gewassen die niet aan de Europese normen voldoen, gewoon op de lokale markt en op het bord van Surinaamse gezinnen terechtkomen.
Wat nog niet bekend is
Rond de recente onderschepping zijn nog diverse specifieke feiten onduidelijk gebleven:
De identiteit van het betrokken exportbedrijf of de specifieke landbouwers die de afgekeurde sopropo hebben geteeld en verwerkt, is niet openbaar gemaakt.
Het is onbekend hoe groot het totale volume van de afgekeurde partij sopropo precies was.
Er is geen duidelijkheid over de vraag of er van dezelfde oogstpartijen ook groenten op de Surinaamse markten zijn beland en geconsumeerd.
Er zijn nog geen officiële reacties of maatregelen bekendgemaakt vanuit de ministeries van VWA en EZOTI omtrent het ontbreken van het wettelijk voorgeschreven overleg.
Verwachte volgende stappen
De aanhoudende reeks incidenten verhoogt de politieke druk om het NIVS direct van een Raad van Toezicht te voorzien en het orgaan daadwerkelijk operationeel te maken. Daarnaast zal de regering tekst en uitleg moeten geven over het uitblijven van het verplichte overleg tussen de drie verantwoordelijke ministers.
In het parlement ligt tevens de taak om de behandeling van de concept-Levensmiddelenwet met spoed op te pakken, zodat Suriname de wetgeving uit 1911 kan vervangen door moderne kaders die de volksgezondheid van de lokale consument waarborgen.
DNA-lid Ameerani Jarbandhan stelt dat de financiële toestand van juli 2020 meegenomen moet worden bij kritiek op het beleid van oud-minister Armand Achaibersing
Er zijn publiekelijk vragen gesteld aan Armand Achaibersing over zijn inzichten rond personen binnen de VHP. Daarnaast wordt onderstreept dat onderwijshuisvesting geen sluitpost mag zijn
Politici die eerder deel uitmaakten van het bestuur uiten later vaak felle kritiek op datzelfde beleid. Deze opvallende verandering van standpunt roept al langere tijd vragen op