Onderwijs kampt met achterstallig onderhoud en logistieke problemen ondanks miljoenenpot
Door Khadeem SmartGepubliceerd 19 Oct, 20265 min. leestijd 26 views
0 comments 0 likes
Ondanks een beschikbaar fonds van 42,5 miljoen US dollar kampen Surinaamse scholen bij de start van het schooljaar met achterstallig onderhoud en vertraagde meubelleveringen
Achterstanden bij de start van het nieuwe schooljaar
Bij de aanvang van het nieuwe schooljaar verkeren meerdere onderwijsinstellingen in het land nog niet in optimale staat om leerkrachten en leerlingen te verwelkomen. Talrijke schoolgebouwen hebben te maken met achterstallige onderhoudswerkzaamheden, niet-afgeronde renovaties en een tekort aan schoolbanken en ander meubilair. Ook sanitaire voorzieningen laten op diverse locaties te wensen over.
Deze knelpunten doen zich voor terwijl er binnen een speciaal sociaal fonds een aanzienlijk bedrag van US$ 42,5 miljoen klaarligt om de nationale onderwijsinfrastructuur aan te pakken. Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur geeft aan dat er nog een grote berg werk verzet moet worden om alle scholen te voorzien van de noodzakelijke basisvoorzieningen.
Gebrekkige oplevering en lopende renovatiewerkzaamheden
Op verschillende locaties zijn aannemers reeds aan de slag gegaan, maar is het werk nog niet voltooid voor de start van de lessen. Daarnaast is gebleken dat bij bepaalde afgeronde werkzaamheden cruciale onderdelen simpelweg zijn overgeslagen. Zo zijn er scholen waar renovaties zijn verricht zonder dat de bijbehorende toilettengroepen zijn vernieuwd of hersteld.
Het ministerie voert momenteel besprekingen met de uitvoerende aannemer om ervoor te zorgen dat deze mankementen alsnog netjes worden gecorrigeerd. De bedoeling is dat de geconstateerde gebreken op korte termijn worden opgelost zodat de gezondheid en veiligheid van de schoolgaande jeugd niet in het geding komen.
Verdeling van de beschikbare fondsen
Het totale bedrag van US$ 42,5 miljoen is geoormerkt voor specifieke onderdelen binnen de onderwijssector. De middelen zijn via een vaste verdeling toegewezen:
US$ 15 miljoen voor de renovatie en verbetering van bestaande schoolgebouwen.
US$ 15 miljoen bestemd voor complete nieuwbouwprojecten.
US$ 10 miljoen voor de aanschaf van schoolmeubilair en leermiddelen.
US$ 2,5 miljoen voor het digitaliseren van het onderwijsproces.
Hoewel de aanbestedingsprocedures voor deze projecten inmiddels achter de rug zijn, stuit de feitelijke uitvoering op logistieke en praktische belemmeringen op de werkvloer.
Logistieke knelpunten bij het transport van meubilair
Een opvallende belemmering bij het inrichten van de lokalen is de distributie van de reeds aangeschafte spullen. Er zijn voldoende schoolbanken, kasten en leermiddelen aanwezig om aan de behoeften te voldoen, maar de levering naar de scholen verloopt uiterst moeizaam.
Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur heeft namelijk slechts de beschikking over twee transportvoertuigen om alle scholen te bevoorraden. Door deze uiterst beperkte transportcapaciteit ontstaan er overal in het land aanzienlijke vertragingen bij de aflevering van het benodigde meubilair.
Gevolgen voor scholen in Paramaribo en de districten
De logistieke en infrastructurele haperingen hebben directe gevolgen voor het lesprogramma. In het district Nickerie kon een onderwijsinstelling op 1 oktober niet starten met het onderwijs. De herstart van die specifieke school werd verschoven naar 15 oktober.
Niet alleen in de districten spelen er problemen; ook in de hoofdstad Paramaribo vragen gebouwen om dringende maatregelen. Zo verkeert het Miranda Lyceum in een staat waarin noodzakelijke renovaties dringend vereist zijn om het onderwijs vlot te laten verlopen.
Inventarisatie van schoolbehoeften door schoolleiders
Om een helder overzicht te krijgen van de actuele noden op alle locaties, heeft de leiding van het ministerie instructies gegeven aan schooldirecteuren. Zij kregen de opdracht om de specifieke situatie en gebreken op hun instellingen uiterlijk op 15 oktober volledig in kaart te brengen.
De schoolleidingen hebben vervolgens tot uiterlijk 22 oktober de tijd om alle resterende tekorten formeel door te geven aan het ministerie. Op basis van deze rapportages wil het beleidsteam gerichter inspelen op de meest urgente noodsituaties.
Aanpak van lerarentekort en plannen voor digitalisering
Buiten de materiële en bouwkundige zorgen heeft het onderwijsveld te kampen met een aanhoudend lerarentekort. Er wordt gewerkt aan maatregelen om meer bevoegde leerkrachten voor de klas te krijgen. Daarnaast wil het ministerie flink inzetten op technologische vernieuwing, al vraagt dit met name in het binnenland om grondige infrastructurele aanpassingen.
Het ministerie onderstreept dat het plaatsen van computers en randapparatuur op zichzelf niet toereikend is. Onderwijskrachten moeten daarnaast intensieve begeleiding ontvangen om goed met digitale leermiddelen te kunnen werken. Om de digitale netwerken en connectiviteit op scholen daadwerkelijk te versterken, zoekt het ministerie overleg op met telecombedrijven Telesur en Datasur.
Werkbezoeken en wat er nog moet gebeuren
Om met eigen ogen poolshoogte te nemen van de toestand van de scholen, heeft minister Currie reeds bezoeken gebracht aan diverse locaties in Paramaribo en Brokopondo. Aanvullende inspectierondes naar Moengo en Albina staan eveneens op het programma.
Voor het begin van het nieuwe kalenderjaar, in januari, zijn bezoeken gepland aan instellingen in Coronie, Wageningen en Commewijne. Wat nog onbekend is, is wanneer alle aannemers de openstaande herstelwerkzaamheden exact afgerond zullen hebben, hoe het transporttekort op korte termijn structureel wordt opgelost en welke specifieke scholen na de meldingen van 22 oktober voorrang krijgen bij de toewijzing van de fondsen.
Het Krin Kondre Handhavingsteam heeft controles uitgevoerd bij diverse ondernemingen na klachten over bermen, hygiëne en vergunningen. Bij één zaak werd illegaal vis verwerkt
Het ministerie van Defensie is gestart met een nieuw opleidingsjaar na het afleveren van 196 geslaagde militairen. Deskundigen uit Brazilië en Nederland leveren bijstand aan het leertraject