Op het eerste gezicht ziet een huis er misschien netjes uit, maar op verschillende plekken kan zich ongemerkt een aanzienlijke hoeveelheid spullen ophopen. Het probleem begint vaak niet in de grote kasten of slaapkamers, maar juist in de kleine ruimtes die dagelijks worden gebruikt.
Denk bijvoorbeeld aan de eettafel, het aanrecht, een stoel waar kleding overheen hangt, of een bijzettafeltje bij de voordeur. Omdat deze plekken altijd beschikbaar zijn, worden ze gemakkelijk gebruikt als tijdelijke opbergruimtes.
Het probleem met tijdelijke opslag is dat deze soms permanent wordt. Een brief die even op tafel wordt neergelegd, blijft daar liggen. Een oplader die na gebruik niet wordt opgeborgen, blijft naast de bank liggen. Spullen die eigenlijk een vaste plek hebben, verspreiden zich langzaam door het hele huis.
Een eenvoudige manier om dit aan te pakken, is door te kijken naar de plekken waar spullen zich steeds opstapelen. Dit zijn vaak tekenen dat de betreffende spullen geen praktische vaste plek hebben.
Het kan helpen om een vaste plek te creëren voor spullen die vaak worden gebruikt. Zo kunnen sleutels bij de voordeur worden bewaard en kan de post op één vaste plek worden verzameld.
Ook een dagelijkse opruimroutine van slechts een paar minuten kan al een verschil maken. In plaats van te wachten tot het huis helemaal rommelig is geworden, worden kleine hoeveelheden spullen meteen weer op hun plek gelegd.
Het hoeft niet zo te zijn dat elke kamer er altijd uitziet alsof er niemand woont. Een huis is tenslotte een leefruimte. Het belangrijkste is te voorkomen dat er zich kleine hoeveelheden rommel opstapelen.
Als je merkt dat dezelfde plek steeds weer rommelig wordt, hoef je die niet per se vaker op te ruimen. Het is misschien slimmer om uit te zoeken waarom die plek steeds weer als opslagruimte wordt gebruikt.