• Mon, Oct 2026

Geschiedenis en neergang van de Surinaamse bioscoopcultuur vastgelegd in nieuwe publicatie

Geschiedenis en neergang van de Surinaamse bioscoopcultuur vastgelegd in nieuwe publicatie

Het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek heeft een themanummer uitgebracht over de opkomst, bloei en uiteindelijke neergang van het bioscoopwezen in Suriname

De rijke film- en bioscoopgeschiedenis van Suriname staat centraal in een nieuwe wetenschappelijke uitgave. Het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (ADEKUS) heeft met het themanummer 'Cinema in Su' van het tijdschrift His/Her Tori de ontwikkeling van de filmcultuur belicht. De publicatie telt honderdzestig pagina's en bevat in totaal twaalf artikelen van verschillende auteurs die de sector door de jaren heen analyseren.

Geschiedenis en neergang van de Surinaamse bioscoopcultuur vastgelegd in nieuwe publicatie

Wat er gebeurde rond de uitgave over de filmcultuur

Met de presentatie van het elfde nummer van het historische tijdschrift is een omvangrijk overzicht tot stand gekomen van de filmvertoningen in het land. Het centrale overzichtsartikel is verzorgd door de historicus Thunnis van Oort, die de ontwikkeling vanaf de allereerste filmbeelden tot aan het moderne tijdperk in kaart brengt. De uitgave kost SRD 700, wat gelijkstaat aan twintig euro, en belicht uiteenlopende aspecten van de maatschappelijke invloed van film.

De inhoud van het themanummer bestrijkt een breed spectrum van de Surinaamse samenleving:

  • Drie bijdragen van Hilde Neus en twee van Jerry Egger, die tevens redactielid zijn.
  • Een artikel van Carlo Jadnanansing over filmmaker Pim de la Parra.
  • Bijdragen over specifieke producties zoals Mama Sranan door Tessa Lewsha en Oema fu Sranan door Luna Hupperets.
  • Persoonlijke en maatschappelijke verhandelingen door Maurits Hassankhan, Fausia Abdul en James Burns.

Wie erbij betrokken waren bij de vroege filmvertoningen

De fundamenten van de filmwereld in het land werden gelegd door vroege pioniers en culturele verenigingen. Christiaan George Heilbron speelde een doorslaggevende rol aan het einde van de negentiende eeuw. Hij organiseerde voorstellingen in de Sociable Hall aan de Gravenstraat. Ook het bekende theater Thalia diende als vroege ontmoetingsplek voor het filmminnend publiek, waar rondreizende gezelschappen stomme films vertoonden met muzikale begeleiding.

In latere decennia traden grote ondernemersfamilies op de voorgrond. De familie De la Fuente bouwde een aanzienlijke positie op met filmzalen zoals Bellevue, Tower en Star. In het district Nickerie was Sital Sing een centrale figuur, gevolgd door concurrenten zoals de familie Durga en de Guyanese ondernemer Amin Sankar. De exploitatie van theaters verschoof in de latere gloriejaren deels naar de familie Teelucksingh uit Trinidad en Tobago.

Waar en wanneer bioscopen ontstonden

De allereerste filmvoorstellingen vonden plaats in 1898 in Paramaribo. Slechts een jaar later, in juli 1899, leidde de vertoning van de Spaanse dans Coochie Coochie in Thalia tot maatschappelijke ophef wegens het vermeend onzedelijke karakter. Vanaf 1911 professionaliseerde de sector snel toen Thalia een eigen stoommachine installeerde om elektriciteit op te wekken. Kort daarna, in 1912, verrees het Kino-Theater Scheurlen aan de Keizerstraat.

De spreiding van filmzalen breidde zich gestaag uit langs bekende straten en districten:

  • In 1913 verhuisde theater Bellevue naar de Domineestraat met een zaal voor negenhonderd bezoekers.
  • In 1920 startte de Leliebioscoop haar filmvoorstellingen.
  • In 1924 kreeg Nieuw-Nickerie zijn eerste officiële filmzaal dankzij Sital Sing.
  • In 1931 openden de gebroeders Karamatali Cinema Elize aan de Zwartenhovenbrugstraat.
  • In 1949 verrees het Juliana-theater in Nickerie met zevenhonderdvijftig zitplaatsen.
  • In 1958 openden de theaters Paarl en Jasodra de deuren in Paramaribo.

Wat voorafging aan de bloeiperiode

Aanvankelijk was een bioscoopbezoek een elitaire en kostbare bezigheid. De prijs van het goedkoopste toegangskaartje stond in de vroege jaren gelijk aan het volledige dagloon van een arbeider. Pas in de loop van de jaren twintig en dertig werd film ontspanning voor bredere lagen van de bevolking. De invoer van geluidsfilm liet op zich wachten; pas in 1931 vertoonde het pas herbouwde Bellevue-theater de eerste sprekende film.

De programmering kende ook politieke spanningen. Zo weigerde de directie van Cinema Elize op het laatste moment een zaal aan Anton de Kom voor een historische lezing, om voorrang te geven aan een wildwestfilm. Daarnaast veranderde het aanbod drastisch met de introductie van de Indiase cinema. De film Bala Joban arriveerde in 1936 via Trinidad. Na een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de belangstelling hiervoor enorm, mede aangejaagd door distributeur Johannes Mungra.

Wat de filmcultuur betekende voor de samenleving

Films waren niet louter amusement, maar boden groepen handvatten om hun maatschappelijke positie te versterken. Voor de Hindoestaanse gemeenschap fungeerden Indiase vertoningen als een krachtig middel voor identiteitsbehoud binnen een koloniale context waarin taal en kleding vaak werden bespot. De cinema bracht herkenning en cultureel zelfvertrouwen teweeg.

Het hoogtepunt van de bedrijfstak lag in de jaren zestig en zeventig. In 1975 beschikte het land over maar liefst negenendertig bioscopen. De neergang zette echter abrupt in tijdens de jaren tachtig door verschillende maatschappelijke factoren:

  • De invoering van de avondklok door het militaire bewind in 1980 beperkte het openbare avondleven ernstig.
  • De opkomst van de videorecorder zorgde ervoor dat mensen thuis films gingen kijken.
  • Voormalige bioscoopgebouwen raakten in verval, werden gesloopt of veranderden in casino's en winkelpanden.

Wat nog niet bekend is over de sector

Hoewel de grote lijnen van het bioscoopwezen zijn gedocumenteerd, ontbreken over verschillende periodes nog gedetailleerde gegevens. Zo is de exacte werking van de lokale filmkeuringscommissie in het district Nickerie, die films rechtstreeks uit buurland Guyana beoordeelde, nog niet volledig ontrafeld. Ook over de precieze verkoopconstructies van afzonderlijke theaters buiten Paramaribo tijdens de overgangsjaren is weinig vastgelegd.

Eveneens blijft onduidelijk hoeveel niet-officiële filmvertoningen er precies hebben plaatsgevonden op de plantages in de vroege twintigste eeuw. Gegevens over bezoekersaantallen per filmgenre in de overgang van stomme film naar geluidsfilm zijn slechts fragmentarisch bewaard gebleven in oude krantenadvertenties.

Wat de volgende stap is voor het onderzoek

Het overzichtsartikel van Van Oort is uitdrukkelijk gepresenteerd als fundament en aanzet voor nader historisch onderzoek. De samenstellers hopen dat jongere onderzoekers en studenten van de universiteit de archieven verder induiken om de Surinaamse filmgeschiedenis dieper te analyseren. Met het verschijnen van TBL Cinemas in 2010 in de Hermitage Mall, waar Eddy Wijngaarde een belangrijk aandeel in had, kent het land weer een moderne bioscoopzaal, maar de documentatie van het eerdere erfgoed vereist blijvende aandacht.

Bronnen

Khadeem Smart

Schrijft voor Viraal Suriname.