• Tue, Oct 2026

Discussie in De Nationale Assemblee over verplichte verslaglegging na buitenlandse dienstreizen van ministers

Discussie in De Nationale Assemblee over verplichte verslaglegging na buitenlandse dienstreizen van ministers

In De Nationale Assemblee is aangedrongen op snelle verslaglegging door bewindslieden na dienstreizen. Ministers zouden binnen maximaal een maand zowel schriftelijk als mondeling tekst en uitleg moeten geven

Verantwoording over buitenlandse dienstreizen

In De Nationale Assemblee is de gang van zaken rond dienstreizen van bewindslieden aan de orde gesteld. Vanuit het parlement klinkt de eis dat regeringsleden na terugkeer uit het buitenland niet zomaar kunnen volstaan met stilte. Er wordt gevraagd om een duidelijke procedure waarbij bewindslieden snel en openlijk verantwoording afleggen aan de volksvertegenwoordiging.

Discussie in De Nationale Assemblee over verplichte verslaglegging na buitenlandse dienstreizen van ministers

Het uitgangspunt hierbij is dat het parlement tijdig op de hoogte moet zijn van de resultaten van officiële bezoeken en conferenties. Niet alleen een formeel document op papier wordt noodzakelijk geacht, maar ook een directe toelichting waarbij parlementariërs vragen kunnen stellen.

Voorstel voor strakke termijnen en mondeling overleg

NDP-fractieleider Rabin Parmessar heeft in de vergaderzaal gepleit voor een vaste en snelle termijn waarbinnen ministers hun verslag moeten indienen. Het delen van informatie mag wat hem betreft niet maanden op zich laten wachten.

“Wat mij betreft moet dat zo spoedig mogelijk na de dienstreis. Binnen maximaal een maand. Zodat wij ook inzicht hebben in welke afspraken in het buitenland gemaakt worden”

Naast de schriftelijke rapportage stelt hij voor dat ministers verplicht in overleg treden met de relevante vaste commissies binnen het parlement. Op die manier kan er dieper worden ingegaan op de inhoud van de bezoeken en de afspraken die namens het land zijn gemaakt.

Aanleiding binnen het parlement

De discussie over de buitenlandse bezoeken begon toen VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien het onderwerp aankaartte. Hij wees erop dat leden van de volksvertegenwoordiging nu regelmatig pas via persberichten in de media moeten vernemen dat regeringsfunctionarissen in het buitenland verblijven of hebben deelgenomen aan conferenties.

Deze gang van zaken leidt tot onvrede in de assemblee, omdat het parlement als controlerend orgaan vooraf of direct achteraf geïnformeerd wil worden over de activiteiten van de ministers over de grens.

Vier ministers tegelijkertijd uitlandig

Op het moment dat het onderwerp in de vergadering werd behandeld, verbleef een aanzienlijk deel van het kabinet buiten de landsgrenzen voor overzeese verplichtingen. Het gaat om vier bewindslieden van verschillende departementen:

  • Adelien Wijnerman van Financiën & Planning
  • Mike Noersalim van Landbouw, Visserij en Veeteelt (LVV)
  • Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken (BIS)
  • David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen (NH)

Deze gelijktijdige afwezigheid onderstreepte tijdens het debat de urgentie van een heldere regeling over hoe er na terugkomst gerapporteerd gaat worden.

De reactie vanuit de regering

Tijdens de vergadering trad minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken op als regeringscoördinator. Hij nam de signalen en opmerkingen vanuit de assembleeleden in ontvangst en reageerde op de wens om tot een betere procedure te komen.

Namens het kabinet zegde de regeringscoördinator toe dat hij in overleg zal treden met parlementsvoorzitter Ashwin Adhin. Het doel van dit overleg is om na te gaan op welke wijze de correspondentie en de uitwisseling van de verslagen formeel en praktisch georganiseerd kunnen worden.

Wat nog niet bekend is

Hoewel de wens voor een strakke werkwijze is uitgesproken, zijn diverse praktische zaken nog onduidelijk:

  • Het is nog niet bekend welke concrete afspraken de momenteel reizende bewindslieden precies in het buitenland hebben gemaakt.
  • De specifieke bestemmingen, doelstellingen en kosten van de lopende dienstreizen zijn in het overleg niet nader gespecificeerd.
  • Het staat nog niet vast of de termijn van maximaal een maand daadwerkelijk als officiële regel of richtlijn zal worden vastgelegd in het parlementaire reglement.

Volgende stappen in het proces

De eerstvolgende stap ligt bij het overleg tussen de regeringscoördinator en parlementsvoorzitter Ashwin Adhin. Zij zullen moeten bepalen hoe de stroom van verslagen en documenten tussen de ministeries en De Nationale Assemblee vorm krijgt.

Vervolgens zal moeten blijken of de uitlandige ministers na hun terugkeer daadwerkelijk snel voor de vaste commissies verschijnen om de gemaakte afspraken toe te lichten.

Bronnen

Khadeem Smart

Schrijft voor Viraal Suriname.