• Tue, Oct 2026

DNA debatteert over invorderingskosten en roept op tot maximum bij betekening dwangbevel

DNA debatteert over invorderingskosten en roept op tot maximum bij betekening dwangbevel

Parlementsleden pleiten voor een grens aan de invorderingskosten bij belastinginning. Een genoemd voorbeeld van SRD 100.000 voor de betekening van één dwangbevel leidde tot scherpe discussies in De Nationale Assemblée

Wat er gebeurde tijdens het debat

In De Nationale Assemblée is een scherpe discussie ontstaan over de tarieven die worden berekend voor het innen van achterstallige belastingen. Aanleiding voor de felle gedachtewisseling was een specifiek rekenvoorbeeld dat ter sprake werd gebracht in de vergaderzaal: een bedrag van SRD 100.000 voor slechts de betekening van een enkel dwangbevel.

Dit concrete voorbeeld maakte meteen duidelijk hoe hoog de kosten voor belastingbetalers kunnen oplopen binnen de huidige voorstellen. Diverse volksvertegenwoordigers grepen dit moment aan om te waarschuwen dat dergelijke bedragen onredelijk zwaar kunnen wegen op burgers en ondernemers die al te maken hebben met een belastingschuld.

De kern van het bezwaar richt zich op het uitblijven van een bovengrens. Zolang er geen rem op de kosten staat, kunnen administratieve en juridische handelingen leiden tot buitensporige vorderingen die losstaan van de werkelijk gemaakte kosten.

Wie erbij betrokken zijn in het parlement

Verschillende leden van het parlement lieten tijdens de beraadslagingen van zich horen om paal en perk te stellen aan de invorderingskosten. Zowel coalitie- als oppositieleden toonden zich kritisch over de voorgestelde werkwijze:

  • Asiskumar Gajadien van de VHP sprak zich uit tegen de huidige opzet en pleit nadrukkelijk voor een duidelijke begrenzing.
  • Jeffrey Lau van de NPS trok eveneens aan de bel en wil voorkomen dat burgers geconfronteerd worden met onevenredig hoge kosten.
  • Ronny Asabina van de BEP mengde zich in de discussie en vroeg om een rechtvaardige regeling voor de samenleving.
  • Jennifer Vreedzaam van de NDP sloot zich aan bij de oproep voor een eerlijk en evenwichtig systeem.

Zowel Gajadien als Lau benadrukten tijdens de debatten dat belastinginning een ordentelijk proces moet blijven. Kosten die worden gemaakt om openstaande schuld in te vorderen, mogen in hun ogen niet verworden tot wat in feite neerkomt op een extra straf bovenop de reeds bestaande belastingschuld.

Waar en wanneer de discussie plaatsvond

De parlementaire beraadslagingen vonden plaats in de vergaderzaal van De Nationale Assemblée te Paramaribo. Tijdens de behandeling van de belastingwetgeving kwam het onderwerp van de inningskosten op tafel te liggen als een van de cruciale knelpunten.

Tijdens deze zitting brachten de volksvertegenwoordigers naar voren dat wetgeving niet alleen effectief moet zijn voor de staatskas, maar ook getoetst moet worden aan maatschappelijke redelijkheid en draagkracht. Het debat in het parlement zorgde direct voor een hernieuwde focus op de exacte percentages en de juridische gevolgen van de invorderingsprocedure.

Wat daaraan voorafging

De aanleiding voor de discussie is het voorstel om voor de invordering een tarief te hanteren van één procent van de totale belastingschuld. In dit oorspronkelijke voorstel ontbreekt echter een maximumbedrag, oftewel een financieel plafond.

Door het ontbreken van zo'n maximum ontstaat de situatie dat bij aanzienlijke belastingschulden het berekende percentage automatisch escaleert. Wie een zeer hoge openstaande schuld heeft, ziet daardoor ook de kosten voor één enkele ambtelijke handeling, zoals het betekenen van een dwangbevel, stijgen tot tienduizenden of zelfs honderdduizend Surinaamse dollars.

Dit mechanisme leidde tot grote bezorgdheid bij assembleeleden. Zonder wettelijke bescherming in de vorm van een cap worden inningskosten immers een zelfstandige zware financiële last voor degene die de schuld moet aflossen.

Wat dit betekent voor de belastingbetaler

Wanneer invorderingskosten ongebreideld kunnen oplopen, raakt dat direct het rechtsgevoel en de portemonnee van belastingplichtigen. Een systeem waarin kosten fungeren als een verkapte sanctie kan averechts werken op de bereidheid of de mogelijkheid van personen en bedrijven om aan hun verplichtingen te voldoen.

De oproep van parlementariërs uit verschillende fracties onderstreept de behoefte aan een rechtvaardige regeling. Een dergelijk evenwichtig kader moet ervoor zorgen dat:

  • De inningskosten reëel en proportioneel blijven ten opzichte van de geleverde ambtshandeling.
  • Burgers en bedrijven niet in diepere financiële problemen worden geduwd door torenhoge bijkomende tarieven.
  • Er sprake is van een heldere limiet, zodat men vooraf weet wat het maximale kostenplaatje bij betekening inhoudt.

Het doel van de volksvertegenwoordigers is zodoende het creëren van rechtszekerheid, waarbij een dwangbevel uitsluitend dient als formeel inningsinstrument en niet als een onevenredige kostenpost.

Wat er nog niet bekend is

Hoewel de bezwaren en standpunten duidelijk naar voren zijn gebracht, blijven diverse inhoudelijke en praktische details vooralsnog onbekend:

  • De exacte hoogte van het maximale bedrag dat eventueel als grens ingesteld moet worden, is nog niet gespecificeerd in de voorstellen.
  • Het is nog niet duidelijk hoe de regering of de verantwoordelijke bewindspersoon officieel reageert op de amendementen en verzoeken uit de assemblee.
  • Er is geen uitsluitsel over de vraag of het tarief van één procent ongewijzigd blijft indien er wel een vast plafond wordt ingebouwd.
  • Het is onbekend welke specifieke overgangsmaatregelen eventueel gaan gelden voor reeds lopende dwangbevelen en invorderingen.
  • De precieze datum waarop over de uiteindelijke wetswijziging of het geamendeerde voorstel wordt gestemd, is eveneens nog niet vastgelegd.

Wat de volgende stap is

De volgende fase in het parlementaire traject behelst de verdere behandeling van het wetsvoorstel in De Nationale Assemblée. Hierbij zal moeten blijken of de bezwaren van Gajadien, Lau, Asabina en Vreedzaam worden omgezet in concrete amendementen.

De assemblee zal in overleg moeten treden met de regering om te bezien op welke manier het tarief van één procent kan worden aangepast of voorzien van een duidelijk vastgesteld maximum. Pas wanneer er overeenstemming is bereikt over een evenwichtige formulering, kan de wet ter stemming worden aangeboden om rechtskracht te krijgen.

Bronnen

Khadeem Smart

Schrijft voor Viraal Suriname.